Werkgevers die bereid zijn om de arbeidsduur van het personeel te verminderen met minstens één uur per week, hebben recht op een forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen gedurende 4 tot 16 kwartalen. Deze maatregel richt zich tot werkgevers uit de privésector en de autonome overheidsbedrijven.

 

De voltijdse werknemers die tot een categorie van werknemers behoren die voor onbepaalde duur zijn overgegaan tot, ofwel een effectieve arbeidsduurvermindering van een vol arbeidsuur onder de 38 uren per week, ofwel een vierdagenweek, ofwel beide, kunnen in aanmerking komen voor de doelgroepvermindering. Ook de deeltijdse werknemers van wie het loon moet worden aangepast wegens de invoering van de arbeidsduurvermindering komen in aanmerking. De vermindering ingevolge de invoering van de vierdagenweek kan enkel toegepast worden voor voltijdse werknemers.

 

De RSZ vermeldde in de tussentijdse instructies van het 3de kwartaal 2019 een bijkomende bemerking bij deze doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering:

 

Uit een aantal controles uitgevoerd door de inspectiediensten is gebleken dat in bepaalde gevallen, de manier waarop de bijdragevermindering collectieve arbeidsduurvermindering wordt toegepast, zich verwijdert van de geest van de wetgeving. De RSZ acht het dus nodig om bepaalde verduidelijkingen aan te brengen.

 

Werkgevers die op een collectieve manier de arbeidsduur in hun onderneming verminderen, kunnen een bijdragevermindering genieten. Deze vermindering is in de eerste plaats bedoeld voor de voltijdse werknemers, maar kan ook toegepast worden voor de zogenaamde absolute deeltijdse werknemers.

 

Een aantal vaststellingen op het terrein wijzen erop dat bepaalde werkgevers dit systeem misbruiken, en het systeem invoeren in een onderneming waar zeer weinig voltijdse werknemers in dienst zijn ten opzichte van het aantal absolute deeltijdsen. In zo’n geval zal het tewerkstellingseffect omzeggens onbestaande zijn.

 

Wanneer in zo’n geval de arbeidsduurvermindering voor de voltijdsen ingevoerd wordt zonder volledig loonbehoud, zal de RSZ de situatie nader onderzoeken en de vermindering mogelijk weigeren. Het opzet is dan eerder om de loonkost te doen dalen onder andere door middel van het verkrijgen van een bijdragevermindering.

 

Bron: www.socialsecurity.be, administratieve instructies RSZ – 2019/3 – Tussentijdse instructies.

 

 

 

 

Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!