De federale wetgever heeft opnieuw verschillende wijzigingen aangebracht aan het Sociaal Strafwetboek. Deze aanpassingen kaderen in de verdere modernisering van het strafrecht en de versterking van de strijd tegen sociale fraude.
Hieronder geven wij je een overzicht van de wijzigingen die van belang kunnen zijn voor werkgevers.
Hervorming van de sancties
Inbreuken op het Sociaal Strafwetboek kunnen worden bestraft met sancties die zijn opgedeeld in 4 niveaus op basis van de ernst van de inbreuk.
Tot voor kort ging het enkel om een administratieve sanctie in de vorm van een geldboete, en/ of strafrechtelijke sancties in de vorm van een geldboete en/of gevangenisstraf.
Voor bepaalde sociale inbreuken zal de rechter voortaan ook alternatieve straffen opleggen, zoals:
- werkstraffen;
- probatiestraffen;
- elektronisch toezicht.
De straffen, gekoppeld aan de 4 sanctieniveaus, zien er voortaan uit als volgt:
| Sanctieniveau | Administratieve geldboete | Strafrechtelijke geldboete | Andere alternatieve straffen |
| 1 | € 100 tot € 1.000 | ||
| 2 | € 250 tot € 2.500 | € 500 tot € 5.000 | – een probatiestraf van 6 maanden tot ten hoogste 12 maanden;
– een werkstraf van 20 uur tot ten hoogste 120 uur; – een geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel. |
| 3 | € 1.000 tot € 10.000 | € 2.000 tot € 20.000 | – een probatiestraf van 6 maanden tot ten hoogste 12 maanden;
– een werkstraf van 20 uur tot ten hoogste 120 uur; – een geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel. |
| 4 | € 3.000 tot € 35.000 | € 6.000 tot € 70.000 | – een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar (cumulatie met strafrechtelijke geldboete mogelijk);
– elektronisch toezicht van één maand tot ten hoogste een jaar (cumulatie met strafrechtelijke geldboete mogelijk); – probatie van meer dan 12 maanden tot ten hoogste 2 jaar (cumulatie met strafrechtelijke geldboete mogelijk); – een werkstraf van 120 uur tot ten hoogste 300 uur (cumulatie met strafrechtelijke geldboete mogelijk). |
Wanneer de rechter een probatie- of werkstraf oplegt en deze worden niet uitgevoerd, dan kunnen deze straffen worden vervangen door een geldboete of een korte gevangenisstraf.
Daarnaast wijzigt de wet ook de regels rond exploitatieverbod, beroepsverbod, bedrijfssluiting en uitsluiting van deelneming aan overheidsopdrachten of concessies, onder meer bij ernstige inbreuken zoals niet-aangegeven arbeid of sociale fraude.
Langere verjaringstermijn
De termijn waarbinnen een administratieve geldboete kan worden opgelegd, wordt verlengd naar 10 jaar na de feiten.
Dit betekent dat sociale inbreuken gedurende een veel langere periode kunnen worden vervolgd of administratief gesanctioneerd.
Meer focus op opzettelijke inbreuken
In verschillende bepalingen wordt de formulering “wetens en willens” vervangen door het begrip “opzettelijk”.
Deze terminologische aanpassing sluit aan bij het nieuwe Strafwetboek en kan een impact hebben op de beoordeling van de intentie bij sociale inbreuken.
Strengere aanpak ingeval van samenloop
Werkgevers riskeren voortaan sancties van niveau 4, de zwaarste categorie binnen het Sociaal Strafwetboek indien er sprake is van een samenloop met 2 of meerdere inbreuken.
Bescherming slachtoffers mensenhandel
Werknemers die als slachtoffer van mensenhandel zwartwerk verrichten, zullen hiervoor niet langer worden gesanctioneerd.
Inwerkingtreding
Niet alle nieuwe bepalingen van het Sociaal Strafwetboek zijn reeds van toepassing.
Een eerste reeks wijzigingen is in werking getreden op 11 april 2026, zijnde 10 dagen na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad. Dit betreft onder meer:
- de verlenging van de verjaringstermijn voor administratieve sancties;
- de bijkomende bescherming van slachtoffers van mensenhandel.
Daarnaast bevat de wet ook verschillende bepalingen die het Sociaal Strafwetboek afstemmen op het nieuwe Strafwetboek. Hoewel het nieuwe Strafwetboek oorspronkelijk op 8 april 2026 in werking zou treden, werd deze datum uitgesteld tot 1 september 2026.
De bepalingen met betrekking tot de nieuwe alternatieve straffen (zoals werkstraffen, probatiestraffen en elektronisch toezicht) zullen bijgevolg ten vroegste op 1 september 2026 in werking treden.
Wij volgen deze verdere evoluties nauwgezet op en houden je uiteraard verder op de hoogte.
Wat betekent dit concreet voor werkgevers?
De wijzigingen bevestigen de tendens naar een strengere handhaving van de sociale wetgeving. Correcte loonadministratie, naleving van arbeidsduurregels, tijdige Dimona-aangiften en correcte toepassing van sectorale loonvoorwaarden blijven essentieel. Wij raden je aan om de regels hieromtrent steeds nauwgezet op te volgen.
Bron: Wet van 16 maart 2026 tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht, BS 1 april 2026.
Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!