De wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025 heeft de minimumleeftijd om een student aan te werven verlaagd naar 15 jaar. Hierdoor werd het mogelijk om een studentenovereenkomst te sluiten met een 15-jarige die nog onderworpen is aan de voltijdse leerplicht.
Het begrip ‘lichte arbeid’ in het kader van studentenarbeid
Deze studenten mogen echter enkel lichte arbeid verrichten. Wat precies onder ‘lichte arbeid’ moet worden verstaan, moest nog worden vastgelegd in een koninklijk besluit.
Dat koninklijk besluit werd op maandag 4 mei 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Onder lichte arbeid wordt verstaan niet-industriële arbeid van lichte aard. Hiermee worden de volgende werkzaamheden bedoeld die geen specifieke scholing vergen en die niet worden verricht met of aan mechanische arbeidsmiddelen:
- hulp aan onthaal en aangestelde in een vestiaire;
- vakkenvuller;
- verkoopassistent in kleinhandelszaken;
- logistieke activiteiten, zijnde: ontvangst, opslag, weging, verpakking, etikettering, voorbereiding van bestellingen, beheer van voorraden of verzending van grondstoffen, goederen of producten;
- lichte schoonmaaktaken, zijnde taken die een lage fysieke belasting met zich meebrengen, weinig kracht vereisen en van korte duur zijn waaronder afstoffen, afwassen, stofzuigen of dweilen van kleine ruimtes, prullenbak legen, ramen wassen op handhoogte, sanitair licht reinigen;
- lichte organisatorische activiteiten in de zorgsector, zijnde: bedelen en afruimen van maaltijden en dranken.
De activiteiten mogen geen afbreuk doen aan de veiligheid, gezondheid en ontwikkeling van de studenten. Ze mogen ook hun regelmatig schoolbezoek, hun deelname aan goedgekeurde programma’s voor beroepskeuzevoorlichting of beroepsopleiding, noch hun mogelijkheden om ten volle te profiteren van het verstrekte onderwijs niet belemmeren.
Aangezien er vóór de publicatie van dit koninklijk besluit nog geen gebruik kon worden gemaakt van de maatregel van tewerkstelling van 15-jarigen onderworpen aan de voltijdse leerplicht, heeft deze publicatie dus ook de invoering van deze maatregel tot gevolg.
Uitbreiding tewerkstelling van jeugdige werknemers op zon- en feestdagen
Jeugdige werknemers mogen enkel in bepaalde omstandigheden worden tewerkgesteld op zon- en feestdagen. De mogelijkheden werden uitgebreid bij een koninklijk besluit dat werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 mei 2026. Hieronder vindt u een overzicht van de toepasselijke regels.
Principes
Jeugdige werknemers zijn minderjarige werknemers tussen 15 en 18 jaar die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.
Jeugdige werknemers hebben, buiten de zondagsrust, recht op een bijkomende rustdag, onmiddellijk volgend op of voorafgaand aan een zondag (dus een maandag of een zaterdag).
In de regel mogen jeugdige werknemers geen arbeid verrichten op zondag, op de tien wettelijke feestdagen of de bijkomende rustdag. Hierop bestaan evenwel enkele uitzonderingen. Indien één van deze uitzonderingen toegepast kan worden, mogen jeugdige werknemers alleszins maximaal één zondag op de twee werken, tenzij met voorafgaande toelating van de inspectie Toezicht Sociale Wetten.
Voor jongeren van 15 jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht geldt een algemeen verbod op tewerkstelling op zon- en feestdagen, zonder uitzonderingen.
Uitzonderlijke tewerkstelling bij overmachtssituaties
Jeugdige werknemers mogen enkel op zon- en feestdagen tewerkgesteld worden om de volgende redenen:
- om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
- voor dringende arbeid aan machines of materieel;
- bij arbeid die door een onvoorziene noodzakelijkheid vereist wordt.
De werkgever die van deze afwijking gebruik maakt, moet binnen de 3 dagen de inspectie Toezicht Sociale Wetten op de hoogte brengen van de tewerkstelling.
Uitzonderingen voorzien bij koninklijk besluit
Daarnaast mogen jeugdige werknemers op zon- en feestdagen tewerkgesteld worden in de volgende gevallen:
- om hun medewerking te verlenen aan uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke aard en aan modeshows en voorstellingen van collecties kleren;
- om deel te nemen aan sportmanifestaties.
Recent werd die mogelijkheid uitgebreid tot de volgende gevallen:
- in woonzorgcentra, voor zover ze de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt;
- als redder op het strand aan zee of in publiek toegankelijke zwembaden of zwemvijvers, voor zover ze de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt;
- in kleinhandelszaken.
Verder mogen jeugdige werknemers tijdens de kerstvakantie, de paasvakantie en de periode tussen Pinksterzondag en 30 september tewerkgesteld worden in de volgende ondernemingen in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra:
- kapsalons;
- ondernemingen van openbare vertoningen en vermakelijkheden;
- ondernemingen voor het verhuren van boeken, stoelen en vervoermiddelen.
De werkgever die van deze afwijking gebruik maakt, moet tenminste 5 dagen vooraf schriftelijk de inspectie Toezicht Sociale Wetten op de hoogte brengen van de tewerkstelling.
Als gevolg van deze recente wijziging is de tewerkstelling op zon- en feestdagen in kleinhandelszaken niet langer beperkt tot voormelde periodes en regio’s en is geen voorafgaandelijke schriftelijke kennisgeving aan de inspectie meer vereist.
Sommige sectoren voorzien in een koninklijk besluit dat zondagsarbeid voor jeugdige werknemers toch toelaat onder welbepaalde voorwaarden (bv. de horecasector, de sectoren van de bakkerij en banketbakkerij en de sector van de textielnijverheid en het breiwerk).
Bron: Koninklijk besluit van 19 april 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 1972 betreffende de tewerkstelling van jeugdige werknemers op zon- en feestdagen, BS 7 mei 2026 en Koninklijk besluit van 19 april 2026 tot bepaling van het begrip lichte arbeid als bedoeld in artikel 7.15 van de arbeidswet van 16 maart 1971, BS 4 mei 2026.
Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!