De regels rond opzeggingstermijnen worden aangepast.

 

Plafonnering tot 52 weken

Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering start vanaf 1 juni 2026, wordt de maximale opzeggingstermijn beperkt tot 52 weken. Deze maatregel zal in de praktijk pas vanaf 2043 effect hebben voor werknemers die sinds 1 juni 2026 ononderbroken bij dezelfde werkgever in dienst blijven.

 

Voor werknemers die vóór 1 juni 2026 in dienst zijn getreden, geldt deze plafonnering niet.

 

De wet die deze hervorming invoert, werd op 1 juni 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Daarmee is de wijziging definitief van kracht geworden.

 

Opzeggingstermijn van één week tijdens de eerste 6 maanden

Daarnaast verscheen in het Belgisch Staatsblad van 15 juni 2016 de wet inzake de verkorting van de opzeggingstermijnen van één week voor werknemers met minder dan 6 maanden anciënniteit. In de media werd deze maatregel vaak omschreven als de “herinvoering van de proefperiode”. De nieuwe opzeggingstermijn geldt zowel bij een ontslag door de werkgever als wanneer de werknemer zelf ontslag neemt.

 

De verkorte opzeggingstermijn van één week zal enkel van toepassing zijn voor arbeidsovereenkomsten die ten vroegste starten op 1 augustus 2026. De opzegperiode van één week geldt wel automatisch voor deze contracten. Het is dus niet nodig om hierover een specifieke clausule in de arbeidsovereenkomst op te nemen.

 

 

Voor het bepalen van de opzeggingstermijn moet voor arbeidsovereenkomsten gestart ten vroegste vanaf 1 augustus 2026 rekening worden gehouden met de volgende tabellen:

 

Anciënniteit bij ingang opzegtermijn Opzegging door de werkgever
  Aanvang arbeidsovereenkomst vóór 1 augustus 2026 Aanvang arbeidsovereenkomst vanaf 1 augustus 2026
< 3 maanden 1 week 1 week
3 tot < 4 maanden 3 weken 1 week
4 tot < 5 maanden 4 weken 1 week
5 tot < 6 maanden 5 weken 1 week

 

Anciënniteit bij ingang opzegtermijn Opzegging door de werknemer
  Aanvang arbeidsovereenkomst vóór 1 augustus 2026 Aanvang arbeidsovereenkomst vanaf 1 augustus 2026
< 3 maanden 1 week 1 week
3 tot < 4 maanden 2 weken 1 week
4 tot < 5 maanden 2 weken 1 week
5 tot < 6 maanden 2 weken 1 week

 

De wet past ook de tegenopzegging voor werknemers met een anciënniteit van minder dan zes maanden aan. Een tegenopzegging speelt wanneer de werkgever een arbeidsovereenkomst beëindigt met een opzeggingstermijn, waarna de werknemer nadien zelf de arbeidsovereenkomst opzegt om sneller uit dienst te kunnen gaan. Samengevat zullen voor arbeidsovereenkomsten vanaf 1 augustus 2026 de onderstaande termijnen van toepassing zijn bij een tegenopzegging door de werknemer:

 

Anciënniteit bij ingang opzegtermijn Tegenopzegging door de werknemer
  Aanvang arbeidsovereenkomst vóór 1 augustus 2026 Aanvang arbeidsovereenkomst vanaf 1 augustus 2026
< 3 maanden 1 week 1 week
3 tot < 6 maanden 2 weken 1 week

 

Dit heeft tot gevolg dat een tegenopzeg in de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst in de meeste gevallen niet langer aangewezen is.

 

Ondernemingen die in hun arbeidsreglement de toepasselijke opzeggingstermijnen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten hebben opgenomen, kunnen deze vermelding best aanpassen tegen 1 augustus 2026.

 

Bron: Wet van 3 juni 2026 tot wijziging van artikel 37/2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wat de opzeggingstermijnen betreft wanneer de werknemer niet meer dan zes maanden anciënniteit telt (1), BS 15 juni 2026.

 

 

Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!