In de vorige nieuwsbrief lieten we weten dat het parlement een wetsontwerp had goedgekeurd dat het flexi-jobstelsel grondig hervormt. Intussen werd de wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De regelgeving trad op 1 juli 2026 in werking. De bepalingen zijn dus definitief geworden.

 

Met deze hervorming wou de wetgever het flexi-jobstelsel toegankelijker maken en beter afstemmen op de huidige noden van de arbeidsmarkt. De wijzigingen zijn aanzienlijk en bieden werkgevers in veel meer sectoren de mogelijkheid om gebruik te maken van flexi-jobwerknemers.

 

Wat is een flexi-job?

 

Een flexi-job laat werknemers die al een voldoende omvangrijke hoofdactiviteit hebben, of gepensioneerden die actief willen blijven, toe om onder een voordelig sociaal en fiscaal statuut bijkomende prestaties te verrichten.

 

Om een werknemer als flexi-jobber te kunnen tewerkstellen, moeten de wettelijke formaliteiten worden nageleefd. Zo moet onder meer een raamovereenkomst worden afgesloten en moet er voor de concrete prestaties een schriftelijke of mondelinge arbeidsovereenkomst bestaan.

 

Flexi-jobs worden de algemene regel

 

De meest verregaande wijziging is zonder twijfel de uitbreiding van het toepassingsgebied.

 

Tot voor kort konden flexi-jobs enkel worden gebruikt in een aantal specifiek aangeduide sectoren.

 

Vanaf 1 juli 2026 werd dit uitgangspunt omgedraaid. In principe zijn flexi-jobs mogelijk in bijna de volledige private sector én in belangrijke delen van de publieke sector.

 

Sectoren die het gebruik van flexi-jobs willen beperken of uitsluiten, zullen daarvoor zelf initiatief moeten nemen. Dit is enkel mogelijk via een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst en een daarop gebaseerd koninklijk besluit.

 

Omdat we merken dat bepaalde sectoren reeds expliciet hadden aangegeven geen gebruik te willen maken van dit statuut, geven wij momenteel een negatief advies voor het tewerkstellen van flexi-jobs in de volgende sectoren:

  • PC 132 Technische land- en tuinbouwwerken;
  • PC 143 Zeevisserij, met uitzondering van het walpersoneel en het personeel van pakhuizen;
  • PC 144 Landbouw;
  • PC 145 Tuinbouw, met uitzondering van PC 145.04;
  • PC 320 Begrafenisondernemingen, met uitzondering van dragers;
  • PC 323 Dienstboden.

 

In bepaalde sectoren is de toepassing van flexi-jobs slechts onder voorwaarden toegelaten:

  • PC 124 Bouw: gepensioneerden zonder beperking, anderen mogen enkel functies waar geen basisveiligheid vereist is, uitvoeren;
  • PC 226 Bedienden transport: veiligheidsfuncties blijven gekoppeld aan kennis, ervaring, opleiding, en wettelijke voorwaarden;
  • Zorgberoepen: toegelaten mits vereiste diploma’s en kwalificaties (zie hieronder);
  • Vlaamse kinderopvang: toegelaten voor zover het jaarlijks flexi-jobvolume minder dan 20% van het totaal arbeidsvolume bij die werkgever bedraagt.

 

Zorgsector krijgt toegang tot het systeem

 

Ook voor de zorg- en welzijnssector betekent de hervorming een belangrijke verandering.

 

Tot voor kort konden functies die onder de regelgeving inzake gezondheidszorgberoepen vallen niet via een flexi-job worden ingevuld. Die principiële uitsluiting verdwijnt. Hierdoor zullen zorgfuncties voortaan eveneens onder het flexi-jobstelsel kunnen vallen, uiteraard voor zover de betrokken werknemer aan alle kwalificatie- en diplomavereisten voldoet.

 

De wetgever wil echter vermijden dat basiszorg zou verschuiven naar flexi-jobs. Daarom wordt de mogelijkheid voorzien om beperkingen op te leggen aan het aandeel flexi-jobarbeid op het totale arbeidsvolume.

 

Meer mogelijkheden binnen ondernemingsgroepen

 

De hervorming creëert daarnaast bijkomende flexibiliteit voor ondernemingen die deel uitmaken van eenzelfde groep.

 

Zo kunnen voltijdse werknemers opnieuw een flexi-job uitoefenen bij een verbonden onderneming. Dit kan de personeelsplanning binnen ondernemingsgroepen aanzienlijk vereenvoudigen en extra mogelijkheden bieden om tijdelijke personeelstekorten op te vangen.

 

Meer flexibiliteit voor uitzendkrachten en flexi-jobbers

 

Ook de combinatie van uitzendarbeid en flexi-jobs is versoepeld. Een werknemer kan beide statuten combineren, zolang de prestaties niet plaatsvinden bij dezelfde gebruiker.

 

Aanpassing van de regels voor gepensioneerden

 

Voor gepensioneerden is de toegang tot het systeem administratief eenvoudiger.

 

Vóór 1 juli werd nagegaan of iemand gepensioneerd (lees: ingeschreven in het pensioenkadaster) was in kwartaal T-2. Voortaan zal gekeken worden naar het kwartaal waarin de flexi-prestaties effectief worden geleverd (= kwartaal T). De beoordeling sluit daardoor beter aan bij de feitelijke situatie van de werknemer.

 

Nieuwe regels rond het “flexiloon”

 

Ook op het vlak van de verloning werden enkele wijzigingen doorgevoerd.

 

De gekende grens van 150% van het loon blijft bestaan, maar heeft voortaan enkel nog betrekking op het basisloon van de functie.

 

Toeslagen die voortvloeien uit wettelijke bepalingen of uit sectorale afspraken worden buiten beschouwing gelaten. Individuele voordelen, extra premies of bijkomende vergoedingen die bovenop het basisloon worden toegekend, blijven wel meetellen voor de toepassing van de grens van 150%.

 

Voor werkgevers uit de horecasector wordt bovendien het maximale flexi-uurloon verhoogd tot € 21 per uur, met toepassing van de gebruikelijke indexeringsmechanismen.

 

Tijdelijke overgangsregeling in 2026

 

Om de overgang naar het nieuwe systeem te vergemakkelijken, voorziet de wetgever een specifieke overgangsregeling voor 2026.

 

Sectoren zullen gedurende dit jaar per kwartaal kunnen beslissen om geheel of gedeeltelijk uit het systeem te stappen of opnieuw aan te sluiten. Hierdoor krijgen de sociale partners de nodige tijd om hun sectorale positie te bepalen.

 

Wat betekent dit voor jouw onderneming?

 

De hervorming maakt van de flexi-job een instrument dat in principe voor vrijwel elke werkgever beschikbaar wordt. Organisaties die vandaag geen gebruik kunnen maken van het stelsel, krijgen daardoor een extra mogelijkheid om pieken in de werkdruk op te vangen, vervangingen te organiseren of tijdelijk bijkomende expertise in te schakelen.

 

Toch blijft een grondige voorafgaande controle noodzakelijk. Werkgevers zullen steeds moeten nagaan of hun sector geen beperkingen heeft ingevoerd, of de betrokken functie in aanmerking komt voor een flexi-job en of alle wettelijke voorwaarden correct worden nageleefd.

 

Bron: Wet van 28 juni 2026 houdende diverse bepalingen inzake flexi-jobs, BS 2 juli 2026.

 

 

Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!