Eerder lieten we je al weten dat de regering een aantal steunmaatregelen voorziet om de gevolgen van de energiecrisis en de kostenstijgingen die hieraan verbonden zijn enigszins te temperen.
Eén van deze maatregelen is de toekenning van een belastingkrediet aan werkgevers die in de maanden mei, juni en juli 2026 de tussenkomst in het woon-werkverkeer van hun werknemers verhogen (of invoeren indien de werknemers nog geen tussenkomst krijgen).
Of je al dan niet verplicht bent om tussen te komen in deze kosten indien de werknemer zijn privé-voertuig gebruikt om de woon-werkverplaatsingen te maken, hangt af van de sector waaronder jouw werknemers vallen.
Toepassingsgebied
Het belastingkrediet kan worden toegekend voor werknemers die voor hun woon-werkverplaatsingen gebruik maken van hun eigen wagen of van een bedrijfswagen zonder tankkaart. Het gaat zowel om wagens op fossiele brandstof als om elektrische wagens.
De maatregel geldt dus niet voor (elektrische) fietsen, speed pedelecs, enz.
Belastingkrediet (in hoofde van de werkgever)
Als je als werkgever de vergoeding voor woon-werkverkeer tijdelijk verhoogt, word je daarvoor deels gecompenseerd via een belastingkrediet. Op vlak van sociale zekerheid verandert er niets: de verhoging blijft in principe vrij van sociale zekerheidsbijdragen. Dit moet wel nog worden bevestigd door de RSZ.
Het belastingkrediet komt in principe overeen met de verhoging van de vergoeding, maar is begrensd tot maximum 20% van de vergoeding die in april 2026 werd toegekend en is bovendien geplafonneerd tot € 0,10 per kilometer.
Voorzie je vandaag nog geen vergoeding voor het woon-werkverkeer van jouw werknemers, dan moet die minstens € 0,10 per kilometer bedragen om in aanmerking te komen voor de maatregel. Ook in dat geval krijg je een belastingkrediet van 20% van de toegekende vergoeding, met een maximum van € 0,10 per kilometer.
Voor meer informatie over de praktische en fiscale gevolgen, neem je best contact op met jouw boekhouder.
Vrijstelling van inkomstenbelastingen (in hoofde van de werknemer)
Als de werknemer vandaag van zijn werkgever een vergoeding krijgt voor het gebruik van zijn eigen wagen voor woon-werkverplaatsingen, is deze vergoeding fiscaal vrijgesteld voor maximaal € 500 in inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027). Deze vrijstelling geldt enkel wanneer de beroepskosten van de belastingplichtige forfaitair worden bepaald, dus niet als hij zelf zijn werkelijke beroepskosten bewijst.
De eventuele verhoging van de vergoeding voor verplaatsingen in het kader van het woon-werkverkeer in de periode van 1 mei 2026 tot en met 31 juli 2026 wordt bijkomend vrijgesteld van inkomstenbelastingen ten belope van het bedrag van het belastingkrediet dat voor die verhoging kan worden verleend.
Als die verhoging meer zou bedragen dan het bedrag van het belastingkrediet dat voor die verhoging kan worden verleend, komt dat surplus enkel in aanmerking voor de bestaande vrijstelling ten bedrage van € 500 op jaarbasis. Eens die grens van € 500 overschreden is, vormt de bijkomende werkgeverstussenkomst die het bedrag van het belastingkrediet overschrijdt, een belastbare bezoldiging voor de werknemer.
Deze vrijstelling zal in beginsel ook gelden op het vlak van de sociale bijdragen (nog te bevestigen door de RSZ).
Bron: Wet van 30 mei 2026 houdende invoering van diverse energiemaatregelen, BS 8 juni 2026.
Verhoging forfaitaire kilometervergoeding april en mei
Waar de kilometervergoeding normaal per kwartaal wordt geïndexeerd, zal zij tijdens het tweede kwartaal van 2026 uitzonderlijk maandelijks worden aangepast. Dit betekent dat er gedurende deze periode elke maand een nieuw forfaitair bedrag zal worden gepubliceerd. Daarnaast wordt de berekeningswijze van de kilometervergoeding ook tijdelijk aangepast. Indien de maximumgrens wordt gerespecteerd, kan de forfaitaire kilometervergoeding vrij van RSZ en belastingen worden toegekend.
Recent werd in het Belgisch Staatsblad het forfait voor de maand april en mei 2026 gepubliceerd.
| Maand | Bedrag forfaitaire kilometervergoeding |
| April 2026 | € 0,4571 |
| Mei 2026 | € 0,4841 |
| Juni 2026 | Nog niet gekend |
Het forfaitaire bedrag voor het tweede kwartaal van 2026 was vastgesteld op € 0,4327 per kilometer.
Nieuw jaarbedrag kilometervergoeding vanaf 1 juli 2026
De overheid voorzag oorspronkelijk één maximumbedrag voor de forfaitaire kilometervergoeding die werkgevers aan hun werknemers kunnen toekennen. Tijdens de energiecrisis in 2022 besliste de overheid om deels tegemoet te komen aan de stijgende en wisselende energiekosten, wat leidde tot een hervorming van het systeem.
Sindsdien bestaan er twee parallelle systemen voor de berekening van deze vergoeding. Enerzijds bestaat het bedrag dat op kwartaalbasis wordt aangepast op basis van de evolutie van de indexcijfers, waardoor sneller kan worden ingespeeld op veranderende economische omstandigheden. Anderzijds blijft ook het oorspronkelijke jaarbedrag van de kilometervergoeding bestaan. Dit bedrag wordt niet elk kwartaal, maar jaarlijks aangepast op 1 juli.
Zo zal het maximale jaarbedrag vanaf 1 juli 2026 opnieuw worden herzien en worden vastgesteld op € 0,4761 per kilometer. Dit jaarbedrag zal gelden voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
Beide systemen kunnen vandaag toegepast worden, afhankelijk van de interne of sectorale afspraken die gelden. Voor werkgevers die opteren voor de toepassing van het forfaitair systeem op jaarbasis, geldt dit in principe voor de volledige periode van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
En wat als je het jaarbedrag i.p.v. het kwartaalbedrag toepast?
Werkgevers die opteren voor de toepassing van het forfaitair systeem op jaarbasis, moeten zich daar in principe voor de volledige periode van 1 juli 2025 t.e.m. 3 juni 2026 aan houden. Gezien de specifieke omstandigheden, kunnen zij er voor de periode van 1 april 2026 t.e.m. 30 juni 2026 evenwel uitzonderlijk voor opteren om over te schakelen naar het tijdelijke systeem dat voor die periode geldt.
Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!