In september 2025 veranderde de regelgeving rond flexi-jobs voor gepensioneerden, zo blijkt uit de instructies van de RSZ.
Waar vroeger de normale pensioengerechtigde leeftijd een tolerantie vormde om een flexi-job te mogen uitoefenen, wordt dit door de RSZ niet langer aanvaard.
In eerste instantie dient de persoon in het tweede kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van de flexi-job (referentiekwartaal T-2) ingeschreven te zijn in het pensioenregister. Werd het pensioenstatuut nog niet aangevraagd, of gebeurde dit pas na referentiekwartaal T-2? Dan geldt een tewerkstellingsvoorwaarde.
De tewerkstellingsvoorwaarde houdt in dat de persoon die als flexi-jobwerknemer in het derde kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van de flexi-job (T-3) minstens 80% (4/5e) bij één of meerdere andere werkgevers tewerkgesteld was.
Bijkomend gaat de RSZ na of er, voor de persoon die een 4/5e tewerkstelling had in T-3 zoals hierboven omschreven, geen vermindering van arbeidsvolume heeft plaatsgevonden. Er geldt een zogenaamde ‘wachtperiode’ voor de persoon die is verminderd van een voltijdse naar een 4/5e tewerkstelling in het vijfde kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van de flexi-job (T-5) of later (T-4).
Concreet komt het erop neer dat de gepensioneerde twee kwartalen in het pensioenregister moet zijn ingeschreven. Is dat niet het geval, dan geldt de tewerkstellingsvoorwaarde dat de gepensioneerde zonder pensioenstatuut van ten minste het vijfde tot het derde kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van de flexi-job een minstens een 4/5e tewerkstelling moest hebben bij een andere werkgever.
Bron: tussentijdse instructies RSZ
Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!