Het Belgische statistiekbureau (hierna: “Statbel”) heeft de indexcijfers voor december 2025 bekendgemaakt. Hieruit blijkt dat de spilindex in december 2025 werd overschreden.

 

De spilindex is een grenswaarde die bepaalt wanneer sociale uitkeringen en overheidswedden aangepast worden aan de inflatie. Als de spilindex (= 133,28 punten) overschreden wordt door het gemiddelde van de laatste vier maanden van de gezondheidsindex (dit is de ‘afgevlakte’ gezondheidsindex- in december 2025 = 133,33 punten), stijgen een aantal bedragen.

 

Overheidswedden en sociale uitkeringen

De overheidswedden en de sociale uitkeringen zullen in maart 2026 met 2% verhogen. Dat deze wedden en uitkeringen pas zullen indexeren de 3de maand na de overschrijding van de spilindex, heeft te maken met het geharmoniseerd indexmoment ingevolge de wetswijziging sinds juli 2025. Wat betreft de sociale uitkeringen gaat het over de werkloosheidsuitkeringen, het pensioen, de uitkeringen en bedrijfstoeslagen in het kader van SWT en SWAV, de door de ziekte- en invaliditeitsverzekering gestorte vergoedingen, de vergoedingen voor tijdskrediet en thematisch verlof, de vergoeding in geval van sluiting van ondernemingen, het leefloon en de kinderbijslag.

 

Lonen in de privésector

Voor de lonen is het afhankelijk van het paritair comité waartoe de werkgever behoort of er een indexering wordt toegepast en wanneer deze indexering precies zal gebeuren.

 

GGMMI

De overschrijding van de spilindex heeft ook de verhoging van heel wat sociale bedragen tot gevolg. Zo zullen onder meer het nationaal gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) en de bedragen die daaruit voortvloeien, de leervergoeding bij een overeenkomst alternerende opleiding, de industriële leervergoeding, de stagevergoeding bij een beroepsinlevingsovereenkomst of beroepsinlevingsstage vanaf 1 januari 2026 met 2% stijgen.

 

Het GGMMI voor een werknemer vanaf 18 jaar bedraagt vanaf 1 januari 2026 € 2.154,11. Dit bedrag geldt niet voor studenten van 18, 19 en 20 jaar, en evenmin voor jongeren ingeschreven in een stelsel van alternerend leren noch voor jongeren van 16 en 17 jaar.

Collectief ontslag

De begrenzing van het maandelijks brutoloon dat als basis dient voor de vaststelling van het netto referteloon in het kader van de vergoeding collectief ontslag is gekoppeld aan de overschrijding van de spilindex en bedraagt vanaf 1 januari 2026 € 4.319,19.

 

Let op: flexiloon horeca stijgt vanaf 1 maart 2026

De overschrijding van de spilindex heeft ook gevolgen voor het flexi-uurloon. In het kader van een flexi-job heeft de werknemer in de horecasector recht op een loon dat niet lager mag zijn dan een vastgelegd minimumbedrag. Daarnaast krijgt de werknemer samen met het loon ook flexi-vakantiegeld uitbetaald. Het minimumbedrag moet worden geïndexeerd op dezelfde wijze als de overheidswedden en de sociale uitkeringen. Dit wil zeggen dat het flexiloon in de horeca pas vanaf 1 maart 2026 zal wijzigen.

 

Voor de overige sectoren, met inbegrip van de gezondheidssector, moet het basisflexiloon minstens gelijk zijn aan het brutobedrag van het baremieke loon dat van toepassing is voor de uitgeoefende functie. Is er geen baremiek salaris vastgelegd, dan moet het basisflexiloon minstens gelijk zijn aan het GGMMI.

 

Leervergoeding overeenkomst alternerende opleiding

  • Door de aanpassing van het GGMMI heeft dit ook invloed op de leervergoeding vor OAO’s. Tijdens het eerste opleidingsjaar van de alternerende opleiding: € 624,70 per maand (29% van het GGMMI);
  • Succesvol beëindigen van het eerste opleidingsjaar van de alternerende opleiding of de tweede graad van het secundair onderwijs: € 689,40 per maand (32% van het GGMMI);
  • Succesvol beëindigen van het tweede opleidingsjaar van de alternerende opleiding, het eerste jaar van de derde graad van het secundair onderwijs, de kwalificatiefase van het buitengewoon secundair onderwijs of de alternerende opleiding van minstens twee jaar: € 743,20 per maand (34,5% van het GGMMI).

 

Beroepsinlevingsstage in Vlaanderen

Via de beroepsinlevingsstage kan een stagiair op vrijwillige basis een stage doen in een onderneming om een verdere opleiding in een bedrijf te genieten of bijkomende praktische ervaring op de werkvloer op te doen. De vergoeding bedraagt minimaal de helft van het GGMMI. Aangezien het GGMMI op 1 januari 2026 is gestegen, is ook de minimumvergoeding voor de beroepsinlevingsstage verhoogd tot € 1.077,06 per maand.

 

Leerjobs

Een leerjob is een opleidingstraject dat zich richt op ongekwalificeerde werkzoekende jongeren. Zij kunnen via een leerjob een beroep leren op de werkvloer bij ondernemingen die gevestigd zijn in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De vergoeding bedraagt 34,50% van het GGMMI. Deze vergoeding is zowel voor de lescomponent als voor de werkplekcomponent. Aangezien het GGMMI is aangepast, bedraagt de nieuwe maandelijkse leervergoeding vanaf januari 2026 voor de leerjobs € 743,17.

 

Bron: Federaal planbureau, www.plan.be, Vlaamse overheid, www.vlaanderen.be.

 

 

Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!